Westnijlvirus

Westnijlkoorts wordt veroorzaakt door het westnijlvirus (WNV). Het virus komt vooral voor bij trekvogels en kan op de mens worden overgedragen door bepaalde muggensoorten van het geslacht 'Culex', zoals de huismug. Ongeveer 80% van de infecties zijn asymptomatisch, terwijl 20% van de infecties tot ziekte kan leiden. Deze infectie gaat gepaard met hoofdpijn, spierpijn, koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren.

Professionele wesbite

Op deze pagina:

  • Wat is het westnijlvirus?
  • Hoe wordt het westnijlvirus overgedragen?
  • Wat zijn de symptomen?
  • Hoe wordt het westnijlvirus behandeld?
  • Hoe bescherm ik mezelf en anderen?

Wat is het westnijlvirus?

Het westnijlvirus (WNV) is een arbovirus, dat wil zeggen een ziekte die door muggen wordt overgedragen. 

Het virus verspreidt zich op natuurlijke wijze tussen muggen en vogels. Muggen zijn de vectoren: zij verspreiden het virus van de ene vogel naar de andere. Vogels fungeren als reservoirs: ze dragen het virus en zorgen voor de virusvermeerdering. 

Mensen, paarden en andere dieren kunnen ook besmet raken, maar zij zijn toevallige gastheren. De hoeveelheid virus in hun bloed blijft te gering om een mug te besmetten die hen zou steken. Daarom kunnen ze de ziekte niet overdragen. 

In Europa is het virus binnengebracht door trekvogels uit Sub-Sahara-Afrika, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het virus is inmiddels wijdverspreid en endemisch in tal van landen in Zuid-, Oost- en West-Europa, waar het jaarlijks honderden gevallen bij mensen veroorzaakt. Zijn verspreidingsgebied breidt zich jaar na jaar uit.

In België:

  • werd het virus in 2025 voor het eerst bij vogels ontdekt;
  • testten in 2026 verschillende vogels en paarden positief;
  • heeft tot op heden geen enkel mens de ziekte opgelopen. 

Hoe wordt het westnijlvirus overgedragen?

Het virus wordt op de mens overgedragen via de steek van een besmette mug, voornamelijk van het geslacht Culex. In België gaat het om de soorten uit het complex Culex pipiens en Culex modestus. 

De overdracht is seizoensgebonden: deze vindt plaats tijdens de periode waarin muggen actief zijn, van de lente tot de herfst. De meeste gevallen in Europa doen zich voor tussen juli en september. 

Een besmet persoon is niet besmettelijk. Er vindt geen overdracht plaats via aanraking, hoesten of voorwerpen. 

Er zijn echter enkele zeldzame overdrachtswijzen: 

  • door middel van een bloedtransfusie, of door een transplantatie van cellen, weefsels of organen afkomstig van een besmette donor;
  • van de moeder naar het kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of de borstvoeding.

Wat zijn de symptomen?

Na de steek verschijnen de symptomen doorgaans binnen twee tot veertien dagen. 

In ongeveer 80% van de gevallen veroorzaakt de infectie geen symptomen. 

Ongeveer 20% van de besmette mensen krijgt griepachtige klachten. Naast koorts gaat de ziekte gepaard met hoofdpijn, vermoeidheid, zwakte, spier- en gewrichtspijn, huiduitslag en soms spijsverteringsstoornissen met misselijkheid en braken, wat tot uitdroging kan leiden. 

Minder dan 1% van de besmette personen ontwikkelt een ernstige neuro-invasieve vorm: meningitis, encefalitis of acute slappe verlamming. 

Hoe wordt het westnijlvirus behandeld?

Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling tegen het westnijlvirus. De behandeling bestaat uit het verlichten van de symptomen wanneer deze zich voordoen. 

Er bestaat ook geen vaccin voor mensen. 

Hoe bescherm ik mezelf en anderen? 

Er is maar één doeltreffende bescherming: muggenbeten vermijden. 

In België wordt het virus overgedragen door de gewone huismug (Culex). Deze mug heeft twee kenmerken die bepalen welke maatregelen nuttig zijn: ze steekt na zonsondergang en ’s nachts, en ze steekt meestal binnenshuis. De maatregelen die u in uw woning neemt, zijn daarom het meest doeltreffend. Maatregelen buitenshuis blijven nuttig, maar zijn een aanvulling.

Bij u thuis, in de eerste plaats

  • Houd de ramen 's nachts dicht of voorzie ze van horren. Vergeet ook ventilatieopeningen niet.
  • Slaap onder een muskietennet, bij voorkeur behandeld met een insecticide.
  • Een ventilator kan muggen afschrikken en uit de buurt houden. 
  • Airconditioning vermindert het risico op muggenbeten, maar biedt geen volledige bescherming: combineer die met andere maatregelen.
  • Gebruik indien nodig een insecticide: in een afgesloten ruimte wanneer u er niet bent, of in een goed geventileerde ruimte wanneer u er wel bent.

Buiten, ’s avonds en ’s nachts

  • Vermijd buitenactiviteiten na zonsondergang en ’s nachts, wanneer de mug het actiefst is.
  • Draag op die momenten kleding die de armen, benen en voeten bedekt. Kies bij voorkeur voor losse kleding: een mug kan moeilijker door een stof steken die niet strak op de huid zit.
  • Gebruik een muggenwerend middel op onbedekte lichaamsdelen.

Verwijder broedplaatsen

Vrouwelijke muggen hebben stilstaand water nodig om eitjes te leggen. De gewone huismug zoekt vooral water dat rijk is aan organisch materiaal: met bladeren verstopte dakgoten, verwaarloosde regenwaterputten en -vaten, slecht onderhouden zwembaden en ondergelopen kelders. De beste manier om de muggenpopulatie te verminderen, is om zo weinig mogelijk stilstaand water rond uw woning te laten staan, te beginnen met deze broedplaatsen.

Beschermen deze maatregelen ook tegen de tijgermug?

In tegenstelling tot de gewone huismug steekt de tijgermug overdag en buitenshuis en legt ze eitjes in kleine recipiënten met helder water. Ook de tijgermug kan ziekten overdragen en vraagt daarom om andere beschermingsmaatregelen. Deze kunnen worden gecombineerd met de hierboven beschreven maatregelen voor een betere bescherming tegen beide soorten.

Meer info: De tijgermug | Vivalis

Nuttige links