Hoe ziet de situatie er vandaag uit?
De eerste circulatie van het westnijlvirus werd in België in 2025 vastgesteld bij wilde vogels, in een opvangcentrum voor vogels in Vlaams-Brabant. Deze ontdekking kwam niet als een verrassing, gezien de verspreiding van het virus onder vogels en de geregistreerde gevallen bij mensen in de buurlanden.
In 2026 zijn verschillende vogels en paarden in België positief getest. In het Brusselse Gewest is de circulatie van het virus bevestigd nadat het virus bij verschillende vogels werd vastgesteld.
Hoewel de huidige muggenpopulatie door de droogte is afgenomen, kunnen autochtone besmettingen bij mensen niet worden uitgesloten. Vanwege de niet-specifieke aard van de symptomen wordt het westnijlvirus vaak niet gediagnosticeerd en wordt de werkelijke impact ervan waarschijnlijk onderschat.
In Europa breidt het verspreidingsgebied van het virus zich elk jaar uit. In 2018 werden in de EU en de EER meer dan 2.000 gevallen gemeld, in 2022 ongeveer 1.300, en in 2023 709 gevallen, waarvan 67 sterfgevallen. In 2025 werd Italië getroffen door een grote uitbraak met een recordaantal van 779 gevallen en 72 sterfgevallen, terwijl Frankrijk 62 gevallen meldde, waaronder de eerste gevallenrond Parijs.
Wanneer moet ik het westnijlvirus in overweging nemen?
Neem het westnijlvirus op in de differentiële diagnose bij patiënten met meningitis, encefalitis of acute slappe verlamming, in het bijzonder bij patiënten die recent aan muggen zijn blootgesteld.
Wat is de klinische presentatie?
De incubatieperiode bedraagt doorgaans 2 tot 14 dagen, maar kan bij personen met een verzwakt immuunsysteem oplopen tot 21 dagen.
- Ongeveer 80% van de infecties zijn asymptomatisch.
- Ongeveer 20% van de patiënten vertoont milde griepachtige klachten: koorts, hoofdpijn, spierpijn, malaise en soms huiduitslag.
- Minder dan 1% ontwikkelt een neuro-invasieve vorm: meningitis, encefalitis of acute slappe verlamming.
De groepen die het risico lopen een ernstige vorm te ontwikkelen zijn ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen zoals diabetes, een hoge bloeddruk of een immuundeficiëntie.
Bepaalde beroepsgroepen lopen een groter risico op muggenbeten: mensen die veel buiten werken, vooral op momenten dat muggen het actiefst zijn, zoals rond de schemering.
Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling. De symptomen worden behandeld. Wanneer er besmette paarden of mensen worden vastgesteld, is het noodzakelijk om de mensen die in de buurt van de besmettingshaarden wonen te herinneren aan de preventiemaatregelen tegen muggen.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Het wordt aanbevolen om eerst andere ziekteverwekkers uit te sluiten alvorens een onderzoek naar het westnijlvirus aan te vragen.
Aangezien het WNV meestal wordt vermoed bij een patiënt met neurologische symptomen en het virus op dat moment niet meer aantoonbaar is, wordt de diagnose van WNV-infecties gesteld aan de hand van serologisch onderzoek op serum of cerebrospinaal vocht.
De enige indicatie voor een PCR op serum of cerebrospinaal vocht is wanneer de patiënt ernstig immuungecompromitteerd is, omdat het virus dan langer aanwezig kan zijn.
De analyses worden uitgevoerd in het Nationaal Referentiecentrum van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. West Nile-virus-antilichamen - Instituut voor Tropische Geneeskunde West Nile-virus PCR - Instituut voor Tropische Geneeskunde
Hoe meld ik een geval?
Westnijlkoorts is een meldingsplichtige ziekte zodra de besmetting is bevestigd. De melding maakt een snelle epidemiologische opvolging en een adequate risicobeoordeling mogelijk.