Welzijns- en gezondheiswijken

Op dit pagina:

  • Zo dicht mogelijk bij de inwoners
  • Lokale welzijns- en gezondheidscontracten (LWGC’s)
  • Welke Brusselse wijken?
  • Werking

Zo dicht mogelijk bij de inwoners

Het Brussels Gewest is onderverdeeld in 56 welzijns- en gezondheidswijken. Deze vormen de basiseenheid van de territoriale hervorming die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt doorgevoerd. Hieruit blijkt de wil om het beleid inzake welzijn en gezondheid zo nauw mogelijk af te stemmen op de lokale realiteit, zodat de behoeften van de inwoners centraal staan in het aanbod.

Concreet gezien is een welzijns- en gezondheidswijk een aaneengesloten geografisch gebied, dat niet overlapt met andere gebieden, en dat, samen met de andere wijken, het volledige grondgebied van het gewest bestrijkt. Elke wijk telt in principe niet meer dan 30.000 inwoners. De afbakening ervan wordt vastgesteld door de gewestelijke overheden, met inachtneming van de gemeentegrenzen.

Gezamenlijke actie gericht op welzijn

Op wijkniveau worden alle gezondheids- en welzijnsactoren uitgenodigd om in overleg en coördinatie samen te werken om het welzijn van de bewoners te verbeteren. Deze dynamiek steunt op een aantal prioriteiten:

  • de onderbenutting van rechten tegengaan;
  • het welzijns- en gezondheidsaanbod in de wijk zo organiseren dat de levensdoelstellingen van mensen en hun behoeften aan hulp en zorg centraal staan in het aanbod;
  • inwerken op de gezondheidsdeterminanten.

De doelstelling is om de sectorale logica te overstijgen en zo meer geïntegreerde, toegankelijke en relevante oplossingen te ontwikkelen.

Lokale welzijns- en gezondheidscontracten (LWGC’s)

Het initiatief van de lokale welzijns- en gezondheidscontracten (LWGC’s) wordt op wijkniveau ontwikkeld. De LWGC's hebben als doel de levenskwaliteit en het welzijn van de inwoners en begunstigden in de wijk te verbeteren. Dat wordt beoogd door de welzijns-, hulp- en zorgdiensten op een geïntegreerde manier beter op elkaar af te stemmen en daarbij de behoeften van de betrokkenen centraal te stellen, aan de hand van lokaal verankerde samenwerking.

De LWGC's worden geleid door de sociale coördinatoren van de OCMW's in de betrokken gemeenten.

De eerste concrete stap in de wijken met een LWGC is het opstellen van een wijkdiagnose, waarbij lokale partnerdiensten en de inwoners worden betrokken om hun problemen en behoeften aan te duiden, rekening houdend met de verschillende welzijns- en gezondheidsdeterminanten. De geschikte participatiemethode voor de inwoners wordt op lokaal niveau bepaald en neemt de bestaande initiatieven in aanmerking. 

Zodra deze lokale, kwalitatieve en kwantitatieve diagnose (ook wel "gemeenschapsdiagnose" genoemd) is gesteld, worden de behoeften van de bevolking en het beschikbare aanbod in de wijk dus verduidelijkt. Op basis van deze diagnoses wordt een actieplan opgesteld. Het actieplan wordt vervolgens omgezet in projecten.

De rol van Vivalis bestaat erin de LWGC's te omkaderen, te begeleiden en financieel te ondersteunen om ze te integreren in die sociale coördinaties.

Welke Brusselse wijken?

De LWGC’s werden eerst ontwikkeld in achttien wijken (van acht gemeenten), geselecteerd op basis van een reeks sociale onzekerheids- en gezondheidsindicatoren. De precieze verdeling in wijken werd door het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn bepaald. Daarbij werd vooral rekening gehouden met de feedback over de concrete lokale context van de sociale coördinatoren en de OCMW's.

Vandaag zijn er nog dertien LWGC’s actief (vijf hebben het experiment niet voortgezet, na een beslissing van hun raad voor maatschappelijk welzijn). De LWGC’s werden geconcentreerd in de zogenaamde arme sikkel in Brussel:

  • Vorst: 
  • Schaarbeek: 
  • Molenbeek: 
    • Weststation
    • Historisch Molenbeek 
    • Maritiemwijk 
    • Karreveld
  • Brussel-Stad: 
    • Anneessens 
    • Marollen 
    • Noordwijk 
    • Thurn en Taxis
  • Koekelberg: hele gemeente
  • Sint-Gillis: Laag-Sint-Gillis

Werking

LWGC’s worden op twee niveaus beheerd: 

  • Een LWGC-coördinator voor de OCMW's die, naast de coördinatie van het hele initiatief, de administratieve aspecten van de LWGC's beheert, met name de uitwisselingen met de raad voor maatschappelijk welzijn, de gemeenteraad en Vivalis.

  • Een WG wijk per wijk: elk lokaal contract wordt op operationeel niveau aangestuurd door een LWGC-werkgroep per wijk, bestaande uit de leden van de sociale coördinatie van de gemeente. De samenstelling ervan wordt zo nodig uitgebreid tot actoren uit de gezondheidszorg zodat alle welzijns- en gezondheidsopdrachten van het LWGC worden weerspiegeld. De WG wordt geleid door de wijkreferent, die er ook de secretaris van is.

Aangezien de raad voor maatschappelijk welzijn het OCMW controleert, krijgt de raad de diverse output van de LWGC's (diagnoses, actieplannen, enz.) om die goed te keuren. 

De LWGC’s worden enerzijds begeleid door Vivalis en CeRAPSS voor de methodische aspecten (einde financiering gepland tegen 2027), en anderzijds door Brusano voor de integratie in de regionale matrix van het Geïntegreerd Welzijns- en Gezondheidsplan (GWGP).