Hantavirus

Naar aanleiding van de hantavirusbesmettingen aan boord van een cruiseschip, kan je hier de meest gestelde vragen over dit virus terugvinden. De Belgische federale en gefedereerde autoriteiten volgen de situatie nauwgezet op in samenwerking met onze nationale en internationale partners. Op basis van de meest recent beschikbare informatie, wordt het risico voor de Belgische bevolking als zeer laag beschouwd.

Op deze pagina

  • Wat is een hantavirus?
  • Hoe raak je besmet met een hantavirus?
  • Wat zijn de symptomen van een hantavirus?
  • Hoe wordt een hantavirus behandeld?
  • Hoe kunt u zich beschermen?
  • Wat is de mortaliteitsgraad?

Wat is een hantavirus?

Een hantavirus wordt overgedragen door knaagdieren zoals muizen. Menselijke infecties doen zich vooral voor in omgevingen waar knaagdieren en mensen dicht bij elkaar leven. Er bestaan tientallen varianten. De variant die de uitbraak op het schip heeft veroorzaakt, wordt het Andesvirus genoemd. Hantavirusen komen wereldwijd voor. Waar het circuleert, kan het ziekten veroorzaken die variëren van milde griepachtige symptomen tot ernstige ademhalingsproblemen.

In België worden hantavirusinfecties meestal veroorzaakt door het Puumala-virus, dat afkomstig is van rode veldmuizen.

Hoe raak je besmet met een hantavirus?

Je kan besmet raken met een hantavirus door contact met uitwerpselen, urine of speeksel van knaagdieren, of door het inademen van stofdeeltjes die deze resten bevatten. Hoewel zeldzaam, kan het ook door een beet in het lichaam komen.

Europese hantavirussen worden niet van mens op mens overgedragen, en er zijn geen insecten die deze virussen overbrengen.

Overdracht van hantavirussen tussen mensen is zeldzaam.

Het Andesvirus is een van de weinige varianten die van mens op mens kan worden overgedragen. De exacte wijze van overdracht is nog niet volledig bekend, maar de kans op besmetting tussen mensen is zeer klein. Intermenselijke overdracht komt alleen voor bij zeer nauw en langdurig contact, bijvoorbeeld tussen samenwonende personen of, zoals in dit geval, aan boord van een cruiseschip.

Wat zijn de symptomen van een hantavirus?

Wanneer hantavirussen de mens infecteren, kunnen ze infecties veroorzaken die in ernst variëren en mogelijk dodelijk zijn. Veel besmette mensen hebben geen symptomen. 

Deze symptomen treden doorgaans twee tot vier weken na de infectie op. De eerste klinische symptomen zijn meestal die van griep: hoge koorts, hoofdpijn, intense vermoeidheid, spierpijn, maag- en darmklachten (misselijkheid, braken, diarree) en ademhalingsproblemen.

Na een week kan het klinisch beeld veranderen en kunnen er 3 grote klinische syndromen onderscheiden worden, afhankelijk van waar het virus opgelopen is, en dus afhankelijk van de hantavirussoort. 
- Hemorrhagische koorts met ernstige nierinsufficiëntie (HFRS): voornamelijk in Europa en Azië, veroorzaakt door het Puumala-, Seoul- en Dobravavirus.
- Nefritis (NE): voorkomend in (Noord-)Europa en veroorzaakt door het Puumalavirus. 
- Hantavirus cardiopulmonair syndroom (HPS): dit komt vooral voor in Noord- en Zuid- Amerika en word veroorzaakt door het Andesvirus, Sin Nombre virus en verschillende anderen.  

Hoe wordt een hantavirus behandeld?

Er bestaat momenteel geen vaccin of specifieke antivirale behandeling.

De behandeling is voornamelijk gericht op het verlichten van de symptomen en het in de gaten houden van complicaties. Bij ernstige gevallen kan ziekenhuisopname nodig zijn.

Hoe kunt u zich beschermen?

Het voorkomen van besmetting komt in hoofdzaak neer op het beperken van contact met knaagdieren en hun uitwerpselen. Dit houdt in dat u in risicogebieden het volgende moet vermijden: het hanteren van hout, het schoonmaken van ruimtes die lange tijd leeg hebben gestaan, en alle werkzaamheden waarbij stof of aarde in de lucht terechtkomt, zoals het renoveren van oude, stoffige ruimtes, het opvullen van gaten, enz.

Wat is de mortaliteitsgraad?

Hantavirusinfecties komen wereldwijd relatief weinig voor. Het sterftecijfer varieert van minder dan 1 tot 15% in Azië en Europa, maar kan in Noord- en Zuid‑Amerika oplopen tot 50%.