Vaccinatie is de beste manier om jezelf en je dierbaren te beschermen tegen ziekten die ernstige complicaties en zelfs de dood kunnen veroorzaken.
Vaccins verhogen bovendien je weerstand. Word je toch ziek, dan word je minder zwaar getroffen en genees je sneller.
Bepaalde ziekteverwekkers zullen niet meer circuleren als een voldoende groot deel van de bevolking ertegen gevaccineerd is, waardoor ook niet-gevaccineerden dan beschermd zijn. Dat is het geval voor mazelen, polio en difterie.
Bij andere ziekten zoals tetanus, meningokokken en hondsdolheid blijft de ziekteverwekker wel aanwezig in de omgeving en volstaat vaccinatie niet om anderen te beschermen. Daarnaast veranderen sommige ziekteverwekkers regelmatig van vorm, waardoor jaarlijkse vaccinatie nodig is (griep, COVID-19). In weer andere gevallen ben je maar voor een beperkte periode beschermd door een vaccin (denk aan kinkhoest, difterie, tetanus, mpox) en moet je je opnieuw laten vaccineren om immuun te blijven.
Dankzij vaccinatie gaan ziekten minder rond en kunnen ze zelfs verdwijnen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) redden vaccins wereldwijd twee tot drie miljoen levens.
Zo heeft vaccinatie het mogelijk gemaakt om pokken helemaal uit te roeien, vrijwel komaf te maken met poliomyelitis (99,9%) en de gevallen van difterie, tetanus, kinkhoest en mazelen drastisch te doen dalen.