Publicatie - 15 April 2026

Welzijnbarometer 2025

Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn heeft zijn laatste Welzijnsbarometer gepubliceerd. Aan de hand van cijfers wordt de sociale en gezondheidssituatie van de inwoners van het Brussels Gewest, alsook de evolutie ervan op een groot aantal vlakken (inkomen, arbeidsmarkt, onderwijs, huisvesting, enz.), beschreven en geanalyseerd.

In 2025 liep 23 % van de Brusselaars risico op armoede, tegenover 7 % in Vlaanderen en 13 % in Wallonië. Zes van de tien gemeenten met de laagste inkomens in België bevinden zich in het Brusselse Gewest: Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht, Koekelberg, Schaarbeek en Brussel-Stad.

Op 1 januari 2025 telde Brussel 47 304leefloongerechtigden, wat meer is dan in Vlaanderen (45 616), dat nochtans vijf keer meer inwoners telt (Wallonië: 77 207). Het aandeel gerechtigden op het leefloon (of equivalent) tussen 18 en 64 jaar is gestegen van 3 % in 2002 tot bijna 7 % in Brussel in 2025 (tegenover 1,5 % in Vlaanderen en 4 % in Wallonië). In sommige gemeenten, zoals Molenbeek en Sint-Joost, krijgt meer dan een op de tien personen tussen 18 en 64 jaar een leefloon. Naar aanleiding van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen zal het aantal leeflonen in 2026 bijzonder snel toenemen. Die trend kan ertoe leiden dat het aantal leefloongerechtigden in het Brusselse Gewest binnenkort voor het eerst hoger ligt dan het aantal werklozen met een uitkering.

Daarnaast is er nog een onzichtbare groep die niet in de cijfers voorkomt: naar schatting verblijven meer dan 50 000 mensen zonder papieren in Brussel, wat neerkomt op 4 % van de bevolking (en in gemeenten zoals Sint‑Gillis en Brussel-Stad zelfs 7 tot 8 %). Ook de extreme armoede stijgt. Bruss’Help noteerde op 6 november 2024 9 777 dakloze of slecht gehuisveste personen, wat overeenkomt met een stijging van 25 % in twee jaar tijd.

Huisvesting is voor veel inwoners moeilijk toegankelijk: voor de 20% armste Brusselaars slorpt huisvesting meer dan de helft van hun inkomen op. Daarna blijft nauwelijks meer dan tien euro per persoon per dag over voor voeding, vervoer, verzorging en andere basisbehoeften.

Deze ongunstige welzijnssituatie heeft ook gevolgen voor de gezondheid van de Brusselaars. De sociale ongelijkheden leiden tot een verschil in levensverwachting van bijna vijf jaar tussen de rijkste en armste gemeenten. Dat wordt ook weerspiegeld in de prevalentie van chronische ziekten: diabetes komt zo drie keer vaker voor bij de armste 20 % dan bij de rijkste 20 %.

De gegevens van de Welzijnsbarometer 2025 bevestigen dat de sociale ongelijkheden in Brussel hardnekkig blijven en dat de verschillen tussen gemeenten aanzienlijk zijn. Deze ongelijkheden treffen zowel volwassenen als kinderen en hebben een impact op verschillende levensdomeinen: huisvesting, gezondheid, schooltraject, maar ook de toegang tot werk en sociaal isolement. Deze evoluties tonen voor welke welzijnsuitdagingen het Brusselse Gewest staat en benadrukken het belang om de welzijnsindicatoren regelmatig op te volgen.