Difterie — Voor professionelen

Difterie is een meldingsplichtige ziekte bij klinisch vermoeden voor de KNO-vorm en bij bevestiging van de diagnose voor de cutane vorm. 

Op deze pagina:

  • Wanneer moet u aan difterie denken?
  • Om welke agentia gaat het?
  • Hoe wordt de diagnose gesteld?
  • Wat is de behandeling?
  • Hoe moeten de contactpersonen beheerd worden?
  • Wie moet worden gevaccineerd?
  • Hoe moet een ziekte worden gemeld?

Wanneer moet u aan difterie denken?

Denk aan difterie bij een keelontsteking met pseudomembranen, in het bijzonder bij een grijsachtig pseudomembraan op de amandelen of in de keelholte, in combinatie met een oedeem in de hals, dysfagie en koorts.

Denk hier ook aan bij een chronische huidwonde die niet geneest; deze vorm van de ziekte wordt vaak over het hoofd gezien, maar komt vaak voor bij reizigers en personen in een situatie van bestaansonzekerheid. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan wonden op injectieplaatsen bij drugsgebruikers in situaties van bestaansonzekerheid.

De context is bepalend: ontbrekende, onvolledige of onbekende vaccinatiestatus, een recent verblijf in een endemisch gebied, een migratietraject, contact met dieren, enz..

Om welke agentia gaat het?

Difterie wordt veroorzaakt door de toxineproducerende stammen van Corynebacterium diphtheriae, Corynebacterium ulcerans en Corynebacterium pseudotuberculosis. C. ulcerans is zoönotisch, d.w.z. dat je eraan kan worden blootgesteld door contact met dieren.

De identificatie van de soort en het onderzoek naar het toxinegen bepalen hoe er moet worden gehandeld. Het is mogelijk om de bacterie asymptomatisch te dragen, ook tijdens de incubatietijd en herstelperiode.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van de kweek van monsters uit de neus-keelholte, de mond-keelholte en/of van de huid. De bevestiging van de toxigeniteit wordt uitgevoerd door het Nationaal Referentiecentrum. 

Bij de cutane vorm wordt naast een monster van de huid altijd een nasofaryngeaal monster aanbevolen om na te gaan of de patiënt ook drager is van de KNO-vorm.  

Wat is de behandeling?

De behandeling bestaat uit een antibioticakuur en, bij toxinevormen, de toediening van een difterie-antitoxine. Hoe vroeger de antitoxine wordt toegediend, hoe beter ze werkt: de indicatie ervan wordt in de klinische praktijk besproken, zonder te wachten op microbiologische bevestiging.

De incubatieperiode bedraagt twee tot vijf dagen, en maximaal zeven dagen. Zonder behandeling is de patiënt besmettelijk vanaf ongeveer zeven dagen vóór het optreden van de symptomen tot twee weken erna. Bij gebruik van antibiotica is de ziekte na 48 uur niet meer besmettelijk.

Bij de cutane vorm moeten de huidlaesies gedurende de gehele antibioticakuur met een afdekkend verband worden bedekt om het risico op overdracht te beperken.  

Hoe moeten contactpersonen beheerd worden?

De aanpak hangt af van de betreffende soort, de vorm van de ziekte bij het indexgeval (KNO- of cutane vorm) en de aard van het contact.

De mogelijke maatregelen zijn:

  • een afname van een neus-, keel- en huidmonster;

  • een antibioticaprofylaxe, die uiterlijk zeven dagen na het laatste contact moet worden toegediend;

  • een update van het vaccinatieschema als het onvolledig of onbekend is;

  • monitoring van de symptomen gedurende de zeven dagen na het laatste contact.

Breng de contactpersonen op de hoogte van de maatregelen die ze moeten nemen in afwachting van hun behandeling: contacten beperken, mondmasker dragen, huidwonden afdekken en respiratoire hygiëne toepassen.

Wie moet worden gevaccineerd? 

De primaire vaccinatie begint op de leeftijd van 2 maanden (4 doses), gevolgd door boosterdoses op de leeftijd van 5-6 en 15-16 jaar, en vervolgens om de 10 jaar voor volwassenen. Het DTPa-boostervaccin beschermt tegelijkertijd tegen difterie, tetanus en kinkhoest.

Vergeet niet de vaccinatiestatus te controleren en aan te vullen bij:

  • dakloze patiënten met een onvolledig of onbekend vaccinatieschema;

  • kinderen in bestaansonzekerheid of zonder vaccinatiebewijs;

  • asielzoekers, aangezien zij vaak onvoldoende gevaccineerd zijn;

  • professionals die regelmatig contact hebben met die bevolkingsgroepen.

Hoe moet een ziekte worden gemeld? 

Difterie is een meldingsplichtige ziekte. Elk verdacht KNO-geval of bevestigd cutaan geval moet onmiddellijk worden gemeld om contactopsporing en profylactische maatregelen mogelijk te maken (Meldingsplicht | Vivalis).

We verzoeken u om ons daarnaast alle nuttige achtergrondinformatie te sturen (lijst van risicocontacten, leefomstandigheden, vaccinatiehistoriek), zodat we de overdracht zo goed mogelijk kunnen begrijpen en de controlemaatregelen per geval kunnen aanpassen.  

Nuttige links